Je moet nooit de beste willen zijn

okt 29

Vorige week bespraken we op het werk de uitslag van een benchmark. Op allerlei aspecten wordt onze organisatie dan vergeleken met soortgelijke organisaties. Zit je onder het gemiddelde, dan is er werk aan de winkel. Is jouw uitslag boven het gemiddelde, dan zit je goed. Maar wat is eigenlijk goed genoeg? Als je precies gemiddeld bent ten opzichte van andere organisaties, dan betekent het dat de helft beter is dan jij. Een mager zesje dus. Een uitslag waarbij je op driekwart uitkomt lijkt mij een mooi streefgetal. 75% van de organisaties laat je achter je, een kwart is nog beter. Een rapportcijfer van een zeven of een acht. Zo van: een zes is voldoende, maar probeer er wat bovenuit te komen.

Zo’n streefgetal roept meteen de vraag op of het streven naar de eerste plaats een goed idee is. Dat is geen theoretische vraag, want regelmatig zie ik uitnodigingen voorbij komen met van dat soort wedstrijden: de organisatie met het beste personeelsbeleid, de hoogste klanttevredenheid, de beste werkgever, het beste management, de meest duurzame organisatie, de kortste levertijden, enzovoorts. Eerlijk gezegd heb ik persoonlijk niet zo veel met die wedstrijden, en ik laat altijd graag mijn beurt voorbij gaan. Soms is er een collega die er wat in ziet.

Want dat is het toch eigenlijk, een soort wedstrijd. En dat is dan ook meteen mijn bezwaar. Want bij een wedstrijd denken we natuurlijk aan sport. Laten we zeggen 100 meter hardlopen. Mocht je je daarin willen bekwamen en een gooi willen doen naar de eerste plek dan moet je flink doorrennen. Het record ligt – voor mannen – op 9,58 seconden. Je moet je hele leven en je leefstijl inrichten op het doel: je slaap, ontspanning, voeding, sociale contacten, en nog veel meer. Je geeft dus alles op voor die 10 seconden. Als het je lukt, dan lukt alleen dát waar je naar streeft. Een topsporter blinkt uit in die ene sport, in alle andere presteert hij hooguit gemiddeld.

In de benchmark wordt onze organisatie vergeleken met andere organisaties op tientallen onderdelen. Stel dat we er één onderdeel uit zouden pikken, en we zouden er naar streven om op dat  onderdeel de beste te zijn, het wereldrecord te verbeteren? Ik denk dat we daarmee ernstig tekort zouden doen aan al die andere dingen die evengoed belangrijk zijn.

En dan nog wat: het record op de 100 meter staat al bijna 10 jaar op naam van Usain Bolt. Lekker laten staan, zou ik zeggen.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *