Nooit meer werken

jun 02

In het Zeeuws Museum bekeek ik een tentoonstelling over arbeid, waarbij ik leerde hoe mensen aankijken tegen arbeid. Werken werd eeuwenlang gezien als teken van geestelijke armoede. Luierend kan je immers beter nadenken over de grote vragen van het leven. Fysiek werk was voor slaven, dagloners en seizoenarbeiders. Pas onder invloed van het protestantisme kreeg werk meer aanzien, omdat het werd gezien als een manier om God te dienen.

Van beide zienswijzen (werk als geestelijke armoede of als dienst aan God) is in onze 21e eeuw niet veel meer over. Werk is voor veel mensen geworden tot een manier om de enorme welvaart en overproductie in stand te houden, en is bovendien een doel op zichzelf geworden, een levensvervulling. Ons zelfbeeld is nogal eens afgeleid van het werk wat we doen. Je ontleent aan je baan je identiteit. Met allerlei rare en ongezonde effecten: we werken te veel en te hard, wat leidt tot grote aantallen mensen die zeggen opgebrand te zijn. De Volkskrant signaleerde dat mensen vaak zeggen dat ze het heel erg druk hebben en dat het niet de bedoeling is dat je zegt dat je niet zo veel te doen hebt. Op onderbelasting van werknemers rust een groot taboe.

De documentairemaakster Helge Prinsen maakte een ontroerende film over een Vlissingse groenteboer, of eigenlijk over een echtpaar, dat alleen maar werkt om de groentezaak in de lucht te houden. Wat uiteindelijk ook niet lukt. Nadat ik de film had gezien hield ik vooral vragen over. Waarom doen mensen dit? Waarom kunnen zij niet stoppen? Waarom staat voor de groenteboer stoppen gelijk met doodgaan? Tegelijk is het een portret dat een spiegel is voor ons: wat is het verschil met hoe wij ons werk beleven?

De groenteboer uit Vlissingen zegt: “Als ik niet meer kan werken dan ben ik net zo lief dood”. Dat klinkt niet alsof hij zelf een keus maakt. Misschien geldt dat wel voor veel van ons. We klagen over werk, het is te veel of te weinig, we moeten te lang of worden juist gedwongen voortijdig te stoppen. Ik sprak daarover met een bedrijfsarts. Je zou eens moeten weten, zei ze, hoe vaak het voorkomt dat mensen best minder zouden willen werken, maar ja, het nieuwe huis, de hypotheek, de vakantie en de auto. En bij alles is de hoeveelheid werkuren per huishouden in de afgelopen 20 jaar ook nog eens sterk toegenomen.

Misschien is er toch niet zo veel veranderd.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *