Oud en nutteloos

mei 15

Een paar weken geleden is mijn vader overleden, hij is 83 jaar oud geworden. Van de huisarts kregen we de medische gegevens, afkomstig van neuroloog, geriater en cardioloog. Gezonde man, stond er te lezen, wel last van levensfaseproblemen. Dat is een mooi woord, levensfaseproblemen. De arts bedoelde er mee dat mijn vader zich in de laatste jaren van zijn leven nutteloos voelde. Hij werkte vele jaren als bouwkundige, totdat hij met pensioen kon en nog jaren lang daarna maakte hij zich nuttig in het vrijwilligerswerk in kerk en samenleving. Totdat hij bedankt werd voor de goede diensten en niet meer nodig bleek te zijn.

Toen ik de medische gegevens las moest ik denken aan een lezing van de Leuvense professor Antoon Vandervelde. Het ging over, wat Vandervelde noemde “de logica van de gift”. Hij betoogde dat geven voor ieder mens noodzakelijk is. Mensen willen iets betekenen voor anderen en daarvoor gewaardeerd worden. Volgens de professor is die vorm van geven noodzakelijk voor gezond functionerende mensen, maar ook voor goed functionerende samenlevingen. In extreme mate zag ik dat toen ik in het Midden Oosten was. Afwijzen van giften (vaak voedsel) betekende een belediging van de gever.

Mensen worden oud, soms nog een stuk ouder dan de 83 jaar van mijn vader. Dat heeft tot gevolg dat de periode van inactiviteit vele malen groter is dan in het verleden. Volgens Vandevelde leidt dat tot existentiële problemen, omdat het geven niet meer lukt. We vragen niets meer van ouderen, we zorgen vooral goed voor hen, bijvoorbeeld in een bejaardenwoning of verpleegtehuis. Dat lijkt prachtig, maar wat we doen is het weigeren hun gift aan te nemen.
Mijn vader was een gezonde man, maar had levensfaseproblemen.

De geriater adviseerde psychologische hulp en zo kreeg mijn vader gesprekken met maatschappelijk werker Hanneke. Hanneke adviseerde hem om wat minder te willen en wat meer te aanvaarden dat hij niets meer moest en dat hij mocht uitrusten van zijn werkzaam leven. Mijn vader vond de gesprekken plezierig, maar ik heb niet de indruk dat de levensfaseproblemen er minder door werden.

Door de lezing van Vandevelde ben ik anders naar mijn vader gaan kijken. En ook naar vluchtelingen, werklozen, andere ouderen. Wij wijzen consequent hun giften af, of maken het hen onmogelijk te geven. Eerlijk gezegd geldt dat ook wel voor mijzelf. Ik deed met plezier iets voor mijn vader, maar van hem had ik niets nodig.

Ik vraag mij af: wie had er nu eigenlijk levensfaseproblemen?

2 comments

  1. Willy van Wijnen /

    Via Jannet lees ik dit. Even stil. Denkenden aan die lieve man. Mooi. Ook ontroerend.

  2. Joke /

    Mooi Bram!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *